Bezoek aan een jarig Türi, de lentestad van Estland

Wat is het dat toch dat de meeste Douzelage-steden in de buurt van een grens liggen? Een grens met een ander land of met een zee. Slechts een paar – op één hand te tellen – liggen op ruime afstand van grenzen en water. En één daarvan is Türi. Centraal gelegen, zoals dat heet.

Vanaf de hoofdstad Tallinn – in het noordwesten gelegen – is het met de auto anderhalf uur rijden naar Türi. In het zuidoosten van Estland ligt Tartu – de op een na grootste stad met een zeer oude en belangrijke universiteit. Ook daar rij je in ongeveer anderhalf uur naartoe. Türi ligt dus zeer centraal.

Dat moeten de Russen ook gedacht hebben in 1941. Türi wordt zwaar getroffen toen het Rode Leger genoodzaakt was zich terug te trekken vanwege de opmars van nazi-Duitsland. De bombardementen komen niet zomaar uit de lucht vallen. Türi beschikte over een hypermoderne radiomast en heeft door zijn centrale ligging een uitstekende infrastructuur met een goed dienstdoend station en vele verbindende lijnen. Voor de Sovjets is het duidelijk: dit mag niet in Duitse handen vallen!

In de zomer van 1941 worden grote delen van het historische centrum in een klap weggevaagd.

Van een reconstructie van het stadshart is het nooit meer gekomen…

Estland heeft een groter landoppervlak dan Nederland en maar 1.3 miljoen inwoners. Dat wij met meer dan 18 miljoen hutjemutje zitten begrijpen ze daar echt niet: ergens een komma verkeerd gezet? Ze zeggen van hun personal space te houden. Die hebben wij Nederlanders sowieso al lang geleden fysiek ingeleverd. In je eigen hoofd zou je het nog kunnen proberen…

Maar eigenlijk heb ik niet zoveel gemerkt van die behoefte aan hun personal space. Hoogstens dat de mooie huisjes vrijstaand zijn met een goeie lap grond eromheen. Plompverloren tussen de straten, met in jolige kleuren geverfde huizen, staan dan wel weer die eeuwige Sovjet-flats. Als een oude karikatuur van een vervlogen tijd.

De Esten hebben zich mijns inziens met veel veerkracht ontdaan van het Sovjet-harnas en leven een vrij westers leven. Ook met westerse prijzen overigens. Ik heb niet durven vragen hoe het met de salarissen zit, maar de prijzen in de winkels of restaurants doen zeker niet onder voor die van ons.

Maar goed, wat ga ik daar doen? Türi viert haar 100-jarig bestaan. Dat wil zeggen 100 jaar stadsrechten. De stad zelf, met agglomeratie, bestaat al veel langer.  Het is rond 1300 ontstaan en draagt dan de Duitse naam Turgel. De prachtige Middeleeuwse hallenkerk dateert uit de 13e eeuw.

“Mrs. ex President of Douzelage is kindly invited” en daar kan ik natuurlijk geen nee op zeggen. Het is mijn eerste reis naar Estland.

Ik word op het vliegveld van Tallinn opgewacht door Aet. We kennen elkaar van meerdere meetings en ze is zo lief geweest om haar huis open te stellen voor mij. Ik ga opgezogen worden in de Etse gebruiken en gewoontes!

Het programma van vieringen duurt drie dagen. Er zijn openluchtconcerten, Fins-Etse koren in de bovengenoemde kerk, een picknick en Open Huizen Dagen. Op dat laatste kom ik terug.

We beginnen met een welkomstlunch, samen met een vertegenwoordiging van een Zweedse zusterstad – nee niet Oxelösund, maar Åmål genaamd. “Fucking Åmål“, zegt ze ongevraagd. Dat is niet haar verzinsel, maar een filmtitel. Je zal er maar mee komen te zitten!

Voordat we gaan lunchen ontmoet ik Merle van de stadsmarketing. Ik krijg een zeer spontane hug. Ik diep uitputtelijk in mijn geheugen. Ben even niet aangesloten. Ik zal haar zeker op een van de andere Douzelage-bijeenkomsten hebben getroffen en ben het effe vergeten. Diplomatiek vraag ik waar ze het laatste is geweest. “Nergens“, zegt ze. “Dit is mijn eerste Douzelage-ontmoeting!” Ik begin toch wat te twijfelen aan de definitie van hun personal space!

Annigje en Merle

 

Het illustreert de ontspannen, makkelijke manier waarop men met elkaar omgaat. Tijdens de lunch schuift Sulo Särkinen, de burgemeester van Türi aan. Ook hij is zeer laagdrempelig benaderbaar en leuk informatief.

Het is me al vrij snel duidelijk dat Türi duurzaamheid hoog in het vaandel heeft. Op de Open Huizen Dag zijn meerdere ateliers geopend waarin ik zie dat kleden vervaardigd worden van restmaterialen, die op hun beurt ook weer restmaterialen opleveren. Die zijn dan weer goed voor een kleiner kleed. Daarna zou je er een kinderdekentje van kunnen maken en uiteindelijk zijn de laatste draden heel handig voor elastieken in het haar. Resten behang uit oude huizen doen dienst als bases voor creatieve uitingen op wenskaarten en kleine tableaus. En sowieso worden er geen oud vensters, deuren of vloeren weggegooid. Ze worden nieuw leven ingeblazen en staan trots op nieuwe locaties in de stad.

Een prachtig voorbeeld van een duurzaam huis is het Konna Maja (het Kikkerhuis). Het huis heeft een rijke historie, maar is volledig uitgewoond geweest. Dankzij veel hulp van vrijwilligers is het huis getransformeerd naar een duurzaam gemeenschapshuis. Het heeft heel duidelijk een ziel. En zeker dankzij alle restmaterialen die voor de restauratie zijn gebruikt. Het wordt gebruikt voor kleine optredens, lezingen, kleinschalige feestjes en het restaurant – waar geen enkel bordje op de ander lijkt – krijg je een overheerlijke, 100% biologische maaltijd.

 

Het Kikkerhuis

Op zolder is een klein museum in de vorm van een 60er jaren huiskamer uit de Sovjet-tijd. Dit dient als voorbeeld: nooit meer zo. Ik heb er een hele andere emotie bij, namelijk een nostalgisch gevoel naar spullen uit mijn kindertijd, want ik herken er toch heel wat.

Ik ben ontzettend in de watten gelegd: zoveel mooie dingen gezien, fijne ontmoetingen gehad en ben oprecht onder de indruk van hoeveel leuks er is georganiseerd tijdens deze feestelijke viering van 100 jaar Türi.

Dat gemis van een stadshart heeft men ruimschoots kunnen compenseren.

En de personal space? Ik heb die grenzen niet gevonden. Maar Türi is ook niet zomaar lid van Douzelage: die Douzelagisten hebben nu eenmaal wat minder met grenzen!

 

Annigje Kruytbosch

P.s. Ik ben er maar vier dagen geweest, dus ik bied bij dezen alvast mijn oprechte excuses aan voor aperte onwaarheden die in mijn enthousiaste onwetendheid door mij als waar worden beschouwd.